Inleiding                                                                                                 
De maatschappij verandert, het kind verandert, dus verandert het onderwijs ook. Als cluster proberen wij in te spelen op de veranderingen  in deze maatschappij. Welke banen krijgen onze kinderen later?
De missie / visie van Spolt is de drijfveer geweest om na te denken wat voor ons belangrijk is in ons onderwijs. We hebben hierbij ook gebruik gemaakt van het gedachtengoed “ons onderwijs 2032”. Door ons onderwijs te “ bouwen”  op onderstaande 5 pijlers geven wij toekomstbestendig onderwijs, passend bij de “eigentijdse kinderen”. Natuurlijk zijn we nog niet zover, maar de operationele jaarplannen zorgen er per jaar voor dat we een stap dichter bij onze missie / visie komen. Hierin moeten we samen de kennis, vaardigheden en houding ontwikkelen, samen fouten maken en hier weer van leren om zo onderwijs te kunnen geven passend bij de kinderen.

De 5 pijlers van ons onderwijs

Brede talentontwikkeling
De school is een plek waar leerlingen zich kunnen oriënteren op hun eigen capaciteiten, interesses en taken. De school stimuleert een brede ontwikkeling van leerlingen en biedt ruimte voor een diversiteit aan talenten.
Om het uiteindelijke doel te kunnen realiseren, gaan we uit van factoren die te beïnvloeden zijn. Zo kan een leerkracht de intelligentie van een kind niet
beïnvloeden, maar hij/zij kan wel invloed hebben op de manier waarop een kind met zijn capaciteiten omgaat. Met andere woorden, we richten ons op die factoren waar leerkrachten invloed op uit kunnen oefenen.

Creativiteit
De uitdagingen van de toekomst vragen om mensen met het vermogen om veranderingen productief tegenmoet te treden. Creatief denken en ontwerpvaardigheden zijn hiervoor van belang.
Creativiteit gaat over zoveel méér dan knutselen, kunst en cultuur. Het gaat over verbeelden en nieuwsgierigheid; over inspiratie en talent. Het gaat ook over spelen: over spelen met ideeën, spelen met mogelijkheden en met de vraag ‘Wat… als?’. Het gaat over de ontwikkeling van ons denken en over het verleggen van grenzen. En het gaat ook over lol: nieuwe prikkels en het vinden van nieuwe verbanden zijn gewoon leuk en heel bevredigend.

Kennis en vaardigheden
Taal (technisch- en begrijpend lezen en spelling) en Rekenen zijn voor ons basisvaardigheden.  We zorgen ervoor dat de opbrengsten voor deze vakken hoge doelen gesteld worden in een realistisch perspectief (passend bij de leerlingpopulatie). Kerndoelen zijn richtinggevend. We gebruiken de 21e eeuws  vaardigheden om toe te komen aan het vergaren en toepassen van kennis.

Leren leren
We leren de kinderen hoe ze zelfstandig en samen  kunnen leren. Hierbij sluiten we aan bij de pedagogische en didactische onderwijsbehoeften van het kind.
De drang tot leren is een natuurlijk gegeven bij kinderen. Uitdagend onderwijs stimuleert en ontwikkelt het kunnen leren van kinderen, hun leerbereidheid, nieuwsgierigheid en onderzoekende houding. Wanneer kinderen de bij hen passende natuurlijke kennis, vaardigheden en houding op het gebied van leren laten zien, is het versterken van het zelfvertrouwen en het zelfbeeld met stimulerende opdrachten en positieve feedback voldoende om de kinderen aan te zetten tot leren leren. Een positieve houding tegenover leren leren is een factor die prestatie en ontwikkeling gunstig beïnvloedt.

Identiteitsontwikkeling
We leren de kinderen verantwoordelijkheid te dragen voor de keuzes die zij maken in hun eigen ontwikkeling. Dit zorgt voor meer eigenaarschap en autonomie in het ontwikkelingsproces.
 
De leerling moet zichzelf maken, hij is verantwoordelijk voor zijn eigen leerproces, hier heeft hij zelfvertrouwen voor nodig. De leerkracht kan optreden als bemiddelaar, als ondersteuner en als deskundige. Leerlingen hebben drie basisbehoeften waar de school volgens Luc Stevens moet voorzien namelijk, autonomie, competentie en relatie.

Autonomie: het kind is er voor zichzelf. Hij dient zijn taak serieus te nemen en niet zo snel op te geven. Leerlingen willen graag meer vrijheid en autonomie.

Competentie: docenten dienen vertrouwen te hebben in leerlingen. Leer de leerlingen iets goed te doen. Geef ze een veilig gevoel. Laat de kinderen alles zeggen wat ze willen. Praat met de leerlingen en niet over hen. Het gaat erom de kinderen te mobiliseren.
Relatie: verbondenheid is een begrip in de opvoeding en onderwijs. Het gaat erom dat het kind zich kan hechten. Kinderen met grote problemen hebben hier vaak het meeste problemen mee. Om erbij te kunnen horen dien je, je verantwoordelijk te kunnen voelen. Laat de kinderen merken dat ze er niet allen voorstaan. Laat duidelijk merken dat je als leerkracht altijd in de buurt bent.